Over ons

Marcel van de Peppel

Founder

Vanuit de papierindustrie, waar ik als New Business Engineer werkte, waren we op zoek naar lokaal beschikbare cellulose bronnen om deze te koppelen aan papier en karton kwaliteiten.

In de zoektocht naar meer duurzame en regeneratieve grondstoffen hebben we veel ervaring opgedaan met de verwerking van onder andere kasresiduen van de kweek van tomaten, paprika, komkommer aubergine. Alles wat op grote schaal als restmateriaal uit de kassen komt en gecomposteerd wordt maar wat mogelijk een hoger doel kan dienen.

Daar hebben we mooie resultaten gehaald. Zo hebben we bijvoorbeeld van tomatenstengels tomatenbakjes gemaakt voor in de supermarkt. Oud papier verwerkende bedrijven zijn heel goed in staat om dat soort producten te maken omdat ze ingericht zijn om vervuilde stromen te verwerken.

 

Fred Hakvoort

Founder

Mijn eerste bijbaantjes hadden al te maken met planten. Ik werkte in de uren buiten school op de kwekerij. De natuur en het milieu hadden altijd al mijn interesse. In een opstel uit de vroege zeventiger jaren haalde ik al fel uit naar de steeds meer vervuilende industrieën en oliemaatschappijen. Medescholieren waren daar nog totaal niet mee bezig.

Na mijn schooltijd begon ik te werken in de bosbouw. Al snel had ik een eigen onderneming en importeerden we grote hoeveelheden hout voor verschillende toepassingen. Ook biomassa werd een steeds relevanter product. Gaandeweg werd duurzaamheid een steeds belangrijker punt voor mij. Niet alle partners binnen het bedrijf deelden diezelfde visie.

Carbon footprint verkleinen

Marcel van de Peppel

Er zijn papierfabrieken die alleen kunnen produceren met zogenaamde virgin pulp (de primaire vezel die nog nooit gebruikt is) Die kunnen dus niets met grondstoffen vanuit kassen omdat zij rekening moeten houden met de eigenschappen en mate van zuiverheid van het eindproduct. Denk dan bijvoorbeeld aan farmaceutische producten. 

Zij hebben schone grondstoffen nodig met bepaalde ingangsnormen. We zijn toen op zoek gegaan naar schone cellulosebronnen die snel groeien en lokaal beschikbaar zijn en zo de carbon footprint zo klein mogelijk te maken. Dan kom je al gauw bij teeltgewassen uit.

Fred Hakvoort

Bomen kappen specifiek voor de productie van energie ging er bij mij niet in. Ik koos ervoor om afscheid te nemen van mijn partners en het bedrijf te richten op duurzame activiteiten. Natuurbewust landschapsonderhoud werd een kernactiviteit, naast het gezond houden van bomen voor steden, met name in Duitsland.

 

Hennep, vlas, miscanthus!

Marcel van de Peppel: Allereerst hebben we tests gedraaid met gewassen die al veel verbouwd worden in Nederland, zoals hennep en vlas. Met de nodige voor- en nadelen. Al heel snel kwamen we op miscanthus uit, ook wel bekend als olifantsgras. Dit gewas was toen in opkomst als biobrandstof hier in Europa.

Het is een snelgroeiend en droog gewas als je het van het land afhaalt. Het heeft een goede verbrandingswaarde. En als er veel van is dan ga je kijken of je er meer mee kan. Daar liepen al verschillende onderzoeken naar.

Fred Hakvoort: Als alternatieve bron voor biomassa plantte ik een aantal hectare wilgen aan in Zevenaar. Wilgenplantages hebben voordelen ten opzichte van hout dat afkomstig is uit het bos. Ik won informatie in bij kennisinstellingen omdat ik de juiste keuzes wilde maken. Via Wageningen University & Research hoorde ik dat er een nog beter alternatief bestond, miscanthus! Ik besloot om naast de wilgen plantage ook 30 hectare miscanthus aan te leggen.

Marcel van de Peppel: Wij konden uit veel verschillende gewassen wel cellulose van maken. Maar hoe goed is nou die cellulose van miscanthus ten opzichte van bijvoorbeeld hennep en vlas? Kun je hier papier van maken? Wat zijn de problemen die je tegenkomt? Het moet daarnaast economisch én ecologisch passen. Want uiteindelijk wil je een regeneratieve grondstof hebben. Miscanthus kwam vrij eenvoudig als winnaar uit de bus.

In die tijd ontmoette ik Fred.

Fred Hakvoort: Focus op totaal verwaarding met miscanthus uit Zevenaar

Samen met Marcel ging ik anders naar het gewas kijken. Er werd wel meer met miscanthus gewerkt. Maar de manier waarop wij het onderzoek doen was en is uniek. Wij kijken naar de volledige verwaarding van het gewas.

Veel partijen focussen zich vooral op suikers of eiwitten, omdat beide omgezet kunnen worden tot bijvoorbeeld platformchemicaliën. Hier kun je weer polymeren en andere producten van maken.

Wij hebben ervoor gekozen om die kwalitatief goede cellulose juist niet om te zetten tot suikers, maar om het als cellulose in de markt brengen. Dat is een fundamenteel verschil met wat anderen gedaan hebben. En dat is waar we ons mee onderscheiden. Wij wisten dat er veel meer mogelijk is.

Naast het winnen van cellulose wilden wij ook de reststoffen verwaarden. Maar nooit ten koste van de cellulose. En zo zijn we gaan ontwikkelen. We hebben daarin dus andere keuzes gemaakt. En daardoor hebben we een ander, uniek proces ontwikkeld.

Als gevolg daarvan is in 2016 Miscancell formeel opgericht.

Marcel van de Peppel: Het startpunt was dat we wisten dat je goed papier kunt maken met de cellulose uit miscanthus. En we wisten ook dat er andere interessante componenten in zaten.

De eerste case was verbeteren van papierkwaliteiten uit lokaal geteeld miscanthus en een eigen technologie ontwikkelen. Want uiteindelijk wil je met zo min mogelijk chemie, energie en massaverlies het productieproces in.

Voor het verbeteren van die cellulosekwaliteiten moet je andere componenten uit de grondstof halen. En die stoffen bleken ook bruikbaar en regeneratief.

Verduurzaming van asfalt
Maar het bleef niet bij het verduurzamen van de papierindustrie. In die tijd kwamen we in contact met een partij die actief is op het gebied van wegen, bodem, water, energie en advies. Zij bleken cellulose in asfalt te gebruiken en waren op zoek naar verduurzaming. De match met Miscancell lag voor de hand.

We zijn voor het asfalt niet met cellulose verdergegaan maar kozen voor lignine. Dit was een van de componenten die uit het productieproces van cellulose over bleef. En wat bleek?

Het vervangen van de bindmiddelen in asfalt is milieutechnisch heel interessant. Zo’n 80% van de milieu impact van asfalt komt uit die bindmiddelen (bitumen).  Door dit te vervangen door lignine geeft dit een enorme impact.

Minder bomen, minder bitumen
Met het winnen van zowel cellulose als lignine uit miscanthus ontstond er een win-win situatie.

Papier is een natuurproduct. Bossen worden wel gecertificeerd en er worden bomen terug geplant. Maar je gebruikt wel oude ecosystemen die je hiermee kaalplukt. Dat krijg je met die productiebossen niet terug.

Daarnaast zit de cellulose markt zo in elkaar dat het heel geconcentreerd geproduceerd wordt in bijvoorbeeld Scandinavië, Rusland en opkomende gebieden als China en Zuid-Amerika. De pulp wordt in enorme units gedistribueerd over de hele wereld.

Dus in Nederland wordt elke kilo pulp geïmporteerd, er is geen eigen productie.

Wij geloven in kleinere, decentrale productie. Dat wil zeggen: lokale teelt, lokale verwerking en lokale afzet creëren. Zo zorgen voor een kleinere CO₂ footprint, onder andere vanwege kortere transportlijnen.

Olifantsgras heeft slechts een tiende van het oppervlak nodig om dezelfde output te geven als pulp uit hout. Plus: als je kijkt naar de uitstoot die al bij de bosbouw zelf komt kijken en dat vergelijkt met de teelt van miscanthus, kun je bereken dat je tot de deur van de fabriek al meer dan 90% aan uitstoot hebt verminderd. En dan begint het proces pas.

Mogelijkheden van miscanthus

Dat cellulose en lignine hele waardevolle grondstoffen zijn voor de papierindustrie en het flink verduurzamen van onder andere asfalt is nu wel bewezen. Maar er is nog veel meer mogelijk met de grondstoffen uit miscanthus.

Zo werken we nu aan het vervangen van diverse petrochemische producten door producten op basis van lignine, hemicellulose, hoogwaardige fenolen en planteigen stoffen, waaronder vanille.

‘Creating the value chains of tomorrow’